Ons motto is ‘The Art of Control’, maar hoe verzoenen we controle met kunst?
Het gaat in de eerste plaats over zelf-controle. Om je paard te kunnen controleren, moet je eerst jezelf kunnen controleren!
Met je paard controleren bedoelen we opnieuw in de eerste plaats het paard helpen zichzelf te controleren: een paard wil eigenlijk veiligheid en comfort en in het wild is daarbij vluchtgedrag van levensbelang maar een gedomesticeerd paard kan veel meer baat vinden bij heel ander soort gedrag. We creëren daarvoor een veilige aanwezigheid en helpen het paard bewuster te worden, bijvoorbeeld van zijn houding en beweging, opdat het leert onnodige spanning los te laten, meer balans te vinden, evenals een betere volgorde van beweging en zodoende ook meer stabiliteit, rust en zelfzekerheid.
Op basis van veel wetenschap is het daarbij beter een soort mentor te zijn, d.w.z. een soort adviserende vriend, maar zeker geen dominante leider, want geïntimideerde paarden blijken slechte leerlingen.
Maar zijn wij daartoe in staat? Wanneer hebben wij de nodige zelf-controle?
Zelf-controle impliceert de volgende 4 elementen: waarneming, beweging, gevoelens en gedachten. In een perfecte organisatie van die 4 zijn je waarnemingen betrouwbaar en de flow van waarnemingen ononderbroken, voel je dus perfect de vorm, beweging en verhouding tot elkaar, in tijd en ruimte, van elke lichaamsdeel, is je houding perfect uitgelijnd en ben je in optimale balans, komt ondersteuning dus perfect van binnenuit, is er dus nergens onnodige spierspanning en is elke beweging gemakkelijk en zuiver. Je bent ook kalm en toch alert, je bent ‘grounded’, je intenties zijn duidelijk en je hebt zelfvertrouwen.
Dit doet denken aan Shaolin Kung Fu! Maar door de geschiedenis zijn ook tal van voorbeelden van wat ‘paardenfluisteraars’ werd genoemd. In een recent verleden is er veel documentatie van de broeders Tom en Bill Dorrance (USA) en Kell B. Jeffery (Australië), over de unieke wijze hoe ze probleempaarden binnen weinig tijd wisten om te toveren naar kalm en beheerst. Zij bleken over uitzonderlijke zelf-controle te beschikken die paarden goed konden aanvoelen.
Brengt ons bij de vraag waar wij zijn t.o.v. dat ideaal?
We stoten vrij onmiddellijk op een probleem dat Feldenkrais aanhaalt: om te doen wat je wil, moet je eerst weten wat je doet. Je wil je teugelhulp licht en getimed maar je hebt geen idee dat er spanning in de schouders zit? Dan lukt dat nooit!
Zelf-controle is functie van de juiste activatie van de spieren en dat is gebaseerd op integratie in het brein van betrouwbare sensorische signalen. Maar als de sensorische input problematisch is, zo is ook de aansturing. Dat resulteert altijd in slecht balansvermogen en verstijft het lichaam en gaan armen en benen inschieten om evenwicht te bewaren. Bedenk iemand de eerste keer op schaatsen en het zwaaien van de armen. Dat is de inzet van trekkende spieren, ter compensatie van de gebrekkige aansturing van diepere, ondersteunende spieren. De richting van beweging wordt hierin bepaald door associatie, d.w.z. om evenwicht te bewaren. Voor een fijne teugelhulp is net dissociatie nodig, vrije keuze van richting of de zuivere inzet van trekkende spieren, maar dat kan niet, tenzij er voldoende balansvermogen is.
Dit hier is de olifant in de kamer, het probleem waar niemand het echt over heeft: het is de vicieuze cirkel waar de meeste ruiters hopeloos in vastzitten: slechte proprioceptieve input, dus slechte balans, dan verstijven om toch het evenwicht te bewaren maar die stijfheid maakt op zijn beurt balanceren onmogelijk, want die heeft net beweging nodig. Bij slechte balans wordt de richting van de ledematen bepaald door associatie, om evenwicht te bewaren, bijgevolg is er geen vrije keuze van richting, zoals voor een fijne teugelhulp, want dat kan enkel bij dissociatie en dat kan enkel bij goede balans. Hier uit geraken is veel moeilijker dan gedacht want waar beginnen? Mechanische herhalingen van ‘zit recht’ of ‘hielen laag’ lossen duidelijk niets op. De meerderheid van ruiters blijft hier dus effectief in gevangen.
En toch voelt dit allemaal voor de persoon als ‘eigen’. Houding, beweging, ook de spanning en stijfheid behoren tot zijn/haar ‘zelf-beeld’ en daaraan wijzigen voelt zelfs vreemd!
Dus voor meer zelf-controle als ruiter, moet het zelf-beeld wijzigen! Dat kan eigenlijk enkel op basis van een organisch leerproces, d.w.z. continu exploreren naar het beste alternatief voor elke beweging of houding. Alles begint dan met zich meer bewust te worden, van zichzelf (het IK) in de omgeving (het NIET-IK). Want balanceren te paard is heel typisch dus moet je leren. Maar daarvoor moet neutraliteit gevonden worden met ondersteuning van binnenuit, onnodige spanning losgelaten worden en kan dissociatie zuivere bewegingen toelaten. Daarvoor is dan weer betrouwbare sensorische input nodig. Het zelf-beeld wijzigen vereist duidelijk diepere inzichten!
Laat dat nu net de grote troef bij EquiTrain zijn: diepere kennis helpt duurzame groei naar een resultaat dat mooi is!
'Ideally, equestrian techniques combine art and science.
The central point here is that once you got the science sorted out, you can go ahead and concentrate on the art.
uit 'Equitation Science' van Dr Paul McGreevy en Dr Andrew McClean